prulverzen maken

zeide Amelia.
Ik zou mij zelven veracht hebben, indien ik in staat ware geweest, den man, die mij het leven gered had, aan hen, die zijn vrijheid belaagden, te kunnen verraden.
"In waarheid zeide ik, "het weer is zoo boos, dat ik niet aarzel om van uwe beleefdheid gebruik te maken, al mocht het onbescheiden geacht worden." Dit zeggende maakte ik weder een buiging, min gedwongen dan de vorige, leide hoed, stok en pakje bijeen.Ik was immers niet op haar verliefd!Ik herinner mij Schonen, Smaland, Ostrogotland en Sundermanland te zijn doorgereisd, zonder dag of nacht op te houden, schrijlings zittende op een plank op wielen, 't geen men daar nog wel gelieft een kariool te noemen, en tot voerman een meisje van vijftien jaren, over.Ze stond in persoonlijk contact met hem en was zijn onvermoeibare propagandiste.Had mij zoo vriendelijk laten noodigen, dat." "In 't geheel niet; gij zijt mij altijd welkom zeide Tante, en zich wederom tot Van Baalen wendende en mij aan hem voorstellende: "ziehier mijn neef Ferdinand vervolgde zij.Wij plaatsten ons dan om de theetafel, en ik moet hier tusschen twee haakjes de bekentenis afleggen, dat onder al de genietingen, welke mijn terugkomst bij de mijnen mij opleverde, die, van wederom een lekker kopje van dien goddelijken drank, in echt Sineesch porcelein geschonken.Huyck!" herhaalde de Heer Blaek, zijn nicht en mij beurtelings aanziende: "is Mijnheer van de familie van den Hoofdofficier van dien naam?" "Ik ben zijn zoon antwoordde ik, met een buiging: "heeft Mijnheer ook eenige boodschappen?" "Ik wist niet, dat UEd.En valt in datzelfde jaar 1766 niet de vernieuwende werkzaamheid van Frans Lelyveld en den Philosophe sans fard van Goens?Ik bekeek deze voorwerpen, welke mij eigenlijk bijzonder weinig belang inboezemden, zoo lang, totdat de wasem, welken mijn adem op de glasruiten had teweeggebracht, die aan mijn oog onttrok, en bleef toen kijken, totdat ik bespeurde, dat mijn gedachten ergens anders waren: ik bespeurde zulks.Dit werd met gretigheid toegestaan: en de ouders, nu geheel van inzicht veranderd, zagen reeds in 't vooruitzicht hun zoon, gelijk een tweeden Rubbens, met goud en ridderkruisen behangen, tot hen terugkeeren.Ik rees op, en ziet!



t Is wel!" antwoordde haar vader, binnentredende: "breng Mijnheer in het opkamertje: hij zal van nacht hier blijven: ik ga even met Martha overleggen, waar wij hem huisvesten zullen." Dit zeggende, opende hij de deur van een soort van keuken, alwaar ik een oude vrouw.
Want of ik Jetje al te hulp roep, die weet ik te voren, dat mij altijd afvalt." "Die overtuiging bewijst niet veel voor de deugdzaamheid van uwe zaak zeide Henriëtte.
"Uw Heer vader zeide ik, "heeft mij zooeven het leven gered.
"Welnu!" zeide ik, "daar wij geen van beiden verdachte personen zijn, noch Mejuffrouw Van Beveren, noch ik, zoo raad ik u maar, u daarover niet verder te bekommeren.
Ik zoû gaarne een zoodanige geschiedenis zien." "Ik zoû gemakkelijk aan uw verlangen kunnen voldoen: wilt gij de goedheid hebben, even aan de schel te trekken." De meid kwam.Met verrukking dacht ik aan het lieve gezichtje, aan de zoete, welluidende spraak, aan het spelend vernuft der beminnelijke Henriëtte; maar met wrevel en misnoegen aan de zotte rol, die ik, naar mijn meening, tegenover haar gespeeld had.Het was dus natuurlijk dat ik, na een algemeenen "goeden morgen samen!" in 't rond gewenscht te hebben, naar de toonbank stapte en aan de aldaar post houdende dochter des huizes (een frissche, knappe deerne van ongeveer twintig jaren, die blijkbaar in haar zondagspak was.Onze schilder, niet durvende bekennen, dat hij die van Cartouche ontvangen had, verklaarde stoutweg, dat hij die van een reizenden marskramer gekocht had.Uit het oog, of daar begon het lieve leven.Een plunje als de mijne was niet geschikt om eenigen struikrover in verzoeking te brengen: ik had dan ook de pistolen en den degen, die mij op onze uitstapjes in Duitschland trouw vergezelden, bij mijn bagaadje gelaten, welke met den bolderwagen van Deventer op Naarden."Dat verheugt mij zeide mijn vader: "ik had al half berouw, dat ik u bij mijn gesprek met Heynsz had laten assisteeren: maar gij sliept zoo gerust, dat de stads-omroeper zelf u niet wakker geschreeuwd zoude hebben.Maar mij dunkt, de meiden hadden, nu gij eens hier zijt, de ramen wel kunnen sluiten." Dit zeggende, maakte de zorgvuldige moeder die zelve toe, keek vervolgens het beddegoed na, de waschtafel en het linnenkabinet, om te zien of er ook iets ontbrak, en wreef.