In rusttoestand houden ze sporten met korting zilveren kruis de vleugels opgerold en vormt het lichaam met de vleugels een soort letter.
De mannetjes van Andrena flavipes zijn dikwijls in kittenren zelf maken de buurt te vinden van de plekken waar de vrouwtjes stuifmeel halen.
Ze lijken een voorkeur te hebben voor zandgronden, maar ook elders zijn ze wel waargenomen.
Ook foerageren ze graag op schermbloemigen zoals fluitenkruid en zevenblad.
De mannetjes hebben een iets andere tekening op de vleugels.Die komt het meest voor in Zeeland en Friesland (zeekleigebieden dus).Ze zouden eigelijk hier niet kunnen overwinteren en worden beschouwd als trekvlinders die vanuit zuidelijke streken hier naartoe komen.Binnen de Apidae zijn er allerlei leefwijzen, zowel sociaal, solitair, als tijdelijk sociaal, zelfs nog met enige tussenvormen.Dan zijn het dus carnivoren, maar wetenschappers hebben inmiddels uitzonderingen ontdekt, waarbij stuifmeel, dus plantaardig in plaats van dierlijk eiwit, wordt gegeten.Veel vlinders zijn motten die tot de microsoorten gerekend worden.De plant is pas laat in de zomer (eind juli) goed in bloei en deze bijen zijn dus ook wat laat in het seizoen pas actief.Hier is nog een mannetje uit 2015: frontaal, lateraal.Dit vrouwtje zag ik op 28 september 2013 in mijn tuin op hersttijloos.Deze soort wordt geparasiteerd door de roodzwarte dubbeltand (Nomada fabriciana die ook in de zomer bij de tweede generatie actief.Het onderscheid van deze soort met Halictus confusus kan bij mannetjes met zekerheid worden gemaakt aan de hand van het genitaal, want qua uiterlijk zijn ze verder praktisch gelijk.Hier zijn nog wat aanvullende foto's van dit mannetje (552).



Zoals veel maskerbijen nestelt ook deze soort graag in holle stengels van bijvoorbeeld braam en vlier.
Deze soort heeft slechts 2-tandige kaken en ze zijn daarom in een ander genus ondergebracht.
De lengte is maximaal.
Hier zijn 2 slakkenhuisjes met broed te zien: slakkenhuis 1, slakkenhuis.De weidemaskerbij (Hylaeus gibbus) en de poldermaskerbij (Hylaeus confusus) zijn vrij algemeen.Ze leven op allerlei kriuidachtige planten, waaronder brandnetel.Dit is nog een voorkant kop, waarop de antenne goed in beeld komt: de segmenten 3, 4 en 5 zijn geheel verschillend van lengte.Confusus is dat een geheel convexe (bolle) lijn zonder deuk, zie hierna bij die soort.Kieskeurig zijn ze dus bepaald niet.De mijten eten bij de hommels mee bij de monddelen van het insect en vermenigvuldigen zich in het broednest ten koste van de voorraden van de hommels en het zijn dus commensalen (kostgangers die niet op de insecten of larven zelf parasiteren.Bij insecten als deze zakdragers levert het dus nieuwe vrouwtjes.De mijt op Osmia's heet Chaetodactylus osmiae.Als de antennen goed zichtbaar zijn, kunnen ook de antenneleedjes geteld worden: vrouw 12, man 13 leedjes.